“De genocide in Rwanda had voorkomen kunnen worden als de aanwezige signalen door de verantwoordelijken indertijd adequaat waren geïnterpreteerd en gecommuniceerd. Ondanks de beschikbare kennis en benodigde middelen lieten zij na actie te ondernemen.” Dat stellen Fred Grünfeld, bijzonder hoogleraar ‘Oorzaken van grootschalige mensenrechten-schendingen’ aan de Universiteit Utrecht en zijn co-auteur Anke Huijboom in hun boek’The failure to prevent genocide in Rwanda: the role of bystanders’.

Vanaf 7 april 1994 werden in ongeveer 100 dagen 800.000 tutsi en gematigde hutu vermoord. Volgendens de onderzoekers had dit voorkomen kunnen worden als “vroegtijdige waarschuwingen voor een naderende genocide waren omgezet in preventieve acties”. Grünfeld en Huijboom baseren dit aan de hand van onderzoeksrapporten, archieven en interviews. Volgens hen hebben leidinggevende politieke ambtenaren van de VN waarschuwingen van de meest gezaghebbende bronnen over wreedheden en voorbereidingen voor de genocide genegeerd. Vroegtijdige preventieven maatregelen werden zelf tegengehouden.

Dit zijn op zich geen nieuwe conclusies, maar het is belangrijk om ze nog eens te benadrukken. Dat doen Grünfeld en Huijboom in hun boek dat 24 mei in Utrecht gepresenteerd wordt.

Bron: Universiteit Utrecht

Interessant: 2,5% van de ongeveer tachtig (series) Kamervragen die er de afgelopen 600 maanden over Rwanda werden gesteld, is van de afgelopen week (zie hier en hier).

Handig die zoekmachine van GeenCommentaar.

President Juvenal Habyarimana stierf op 6 april 1994 nadat zijn vliegtuig, onder nog steeds niet opgehelderde omstandigheden, werd neergeschoten. Ook de president van buurland Burundi kwam bij de aanslag om het leven. Vlak na de moord op de president escaleerde het geweld in Rwanda tot genocide.

Het Rwanda-Tribunaal heeft onlangs besloten dat het niet de jurisdictie heeft om de huidige president van Rwanda, Paul Kagame (foto), aan te klagen voor (betrokkenheid bij) de moord op de voormalige president. Vervolgens besloot Kagame op 29 april dat Rwanda de zaak zelf wel even gaat uitzoeken.

Frankrijk in de tussentijd beschouwt Kagame juist als een van de belangrijkste verdachten in de zaak. Wat Rwanda weer deed besluiten om een zaak bij het Internationaal Gerechtshof aan te spannen tegen Frankrijk.

Wordt vervolgd

Foto: CC Demosh

Kamervragen van 26 april 2007 aan de ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken van Tweede Kamerleden Van Dam en Wolffsen (PvdA) over Rwandese genocide-verdachten in Europa.

Gisteren besloot het Rwanda-Tribunaal dat Michel Bagaragaza overgedragen wordt aan de Nederlandse rechter. Het Tribunaal zit in tijdnood en wil waar mogelijk lopende zaken overdragen aan nationale rechtbanken. Maar waar wordt Bagaragaza eigenlijk van beschuldigd?

Michel Bagaragaza (1945) was de directeur van OCIR-thee een controle-orgaan op de Thee-industrie in Rwanda. Hij wordt ervan beschuldigd binnen de thee-industrie en binnen de presidentiële partij MRND plannen te hebben gemaakt voor het vermoorden van Tutsi.

In 1994 zou Bagaragaza opdrachten aan zijn ondergeschikten hebben gegeven tot moorden op honderden Tutsi die zich hadden verscholen op een heuvel in de buurt van een theeplantage. Daarnaast zou hij betrokken zijn bij de oprichting, financiering, training en bewapening van de Interhamwe-milities. En een lokale leider van de Interhamwe zijn geweest.

Bagaragaza zit sinds augustus 2005 in de internationale afdeling van de gevangenis in Schevingen. Op 16 augustus heeft Bagaragaza zich overgegeven aan het Rwanda-Tribunaal. Zijn Nederlandse advocaat is Geert-Jan Knoops.

« Vorige PaginaVolgende Pagina »